WERKGROEP OMMETJES

OMMETJE GIERSBERGEN MET HISTORISCHE INLEIDING

Bij deze wandeling is gekozen voor en tweeluik.

In het eerste deel neemt Cees van der Meijden je mee met een accurate en interessante beschouwing over de historie van het gebied. Dat is aan te raden om dat vooraf tot je te nemen in een luie stoel. 

In het tweede deel gaan de wandelschoenen of de laarzen aan voor een prachtige wandeling met uitstekende voorkennis.

Wandel ook eens door het Cultuurhistorisch Waardevolle Landschap van Giersbergen zelf met zijn Eeuwenoude Eikenwallen!

Onlangs las ik ergens “Een landschap zonder geschiedenis is als een mens zonder herinneringen”. Dat sprak mij aan! Als je dan nog weet, dat in veel middeleeuwse documenten het Latijnse woord ‘cultura’ wordt gebruikt in de betekenis van verzorgde, bewerkte grond, dus akkerland dan is het gebruik van cultuurhistorisch waardevol landschap hier zeker op zijn plaats!

Het is dan ook verheugend om te lezen dat in het huidige bestemmingsplan van de gemeente Heusden ook de oude ‘Uithof Giersbergen’ is aangewezen als ‘cultuurhistorisch vlak’ met de vermelding “dat deze gronden mede aangewezen zijn voor behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden. Daarom moet voor het uitvoeren van allerlei werkzaamheden een omgevingsvergunning worden aangevraagd, zoals voor het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; vellen en rooien van bos; het verwijderen van perceel indelingen; het verwijderen of aanleggen van landschapselementen; het graven en dempen van waterlopen; het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen en struiken en heesters i.v.m. tuinbouw of houtteelt.

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen evenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het gebied.” De Geschiedenis van Giersbergen gaat terug tot 1244 In de 13e eeuw lukte het de hertogen van Brabant die in Brussel woonden hun territorium in noordelijke richting uit te breiden. Hertog Hendrik I verleende ca. 1195 stadsrechten aan de kleine nederzetting Orthen die zich de daaropvolgende jaren al snel ontwikkelde tot de stad ’s-Hertogenbosch. In 1232 kocht Hendrik I ook de dorpen Waalwijk en Drunen die toen nog tot het land van Altena behoorde van Diederick van Altena. Zijn opvolger Hendrik II wilde graag de regionale economie bevorderen door braakland in cultuur te brengen. Mede daarom ook schonk hij in 1244 150 bunder braakliggende grond bij “den Witten Giersberghe” (het middeleeuwse woord voor stuifzandberg) bij Drunen aan de Cisterciënserinnen-abdij Ter Kameren aan de rand van het Zoniënwoud bij Brussel. De opzet was dat deze braakliggende grond door lekenbroeders van het klooster ontgonnen en beheerd zou worden ten gunste van het klooster, maar ook ten gunste van ’s-Hertogenbosch. De bedoeling was dat er voornamelijk schapen gehouden zouden worden, waarvan de wol verhandeld kon worden op de markt van ’s-Hertogenbosch.

Om de landbouw te bevorderen kregen de bewoners van de Uithof van Giersbergen ook het recht om de ‘gemene weiden’ van Drunen, later bekend als de Kuijkse Heide, te gebruiken om er turf te steken en heide te plaggen. De schapen werden geweid in de bossen en op de heide en ’s avonds naar hun schaapskooien teruggebracht, waar de mest werd achtergelaten die telkens met heideplaggen werd bedekt, zodat de schapen weer een schone slaapplaats hadden. De plaggenmest werd gebruikt voor de bemesting van het akkerland. Tijdens de tweede helft van de 13e eeuw begon het aantal lekenbroeders terug te lopen en werd de abdij gedwongen arbeiders in dienst te nemen en haar ver afgelegen goederen te verpachten en uiteindelijk in 1614 ten gevolge van allerlei oorlogsperikelen te verkopen.

Ten overstaan van de Schepenen van ’s-Hertogenbosch werd op 1 september 1614 het ‘Giersbergs Goed’ verkocht. De ‘Poirthoeve’ kwam in handen van Thomas van den Heuvel en de ‘Maaijhoeve’ in handen van Cornelis de Weert. Door de nakomelingen van deze nieuwe eigenaren kwamen er later nog zeven hoeven bij. De oorspronkelijke hoeven zijn in de loop der jaren verbouwd of vervangen door andere huizen. Al omstreeks 1500 lagen, volgens de cijnsboeken van Helvoirt, gedeelten van de oude gracht van Giersbergen en een aantal landerijen in de omgeving ‘onder het sand’. Het gevaar bestond zelfs, dat Giersbergen helemaal bedolven zou worden onder het stuifzand. Je kunt nu nog zien dat op bepaalde plaatsen de buitenste omwalling vrijwel helemaal is opgenomen in de aangrenzende zandheuvels.

De Witte Giersberg was inmiddels uiteengestoven tot meerdere stuifzandbergen. Als je van Giersbergen naar de Rustende Jager wandelt of fietst, wandel of fiets je nu dwars door de Witte Giersbergen! Uit allerlei beschrijvingen in historische akten is vrij nauwkeurig bekend hoe de uithof Giersbergen er moet hebben uitgezien: Er stonden twee hoeven de ‘Poirthoeve’ en de ‘Maaijhoeve’ met de benodigde schuren, schoppen en schaapskooien. Tussen de Poirthoeve en de Maaijhoeve lag een grote open binnenplaats met de ‘Wijde Steghe’ en de ‘Spijcckere’ (de grote, gezamenlijke voorraadschuur). Dit geheel was omgraven en omheind door de ‘Binnenste Omgraft’. Daaromheen lag het akkerland: aan de westzijde de ´Poirtackers´, de ´Middelackers´ en de ´Achterste Ackers´ en het ´Rieshout´, de ´Strepen´ en de ‘Bosschen’. Aan de zuidzijde (ten zuiden van de Drie Linden) bevond zich ’s-Heijligland´, tegenwoordig verbasterd tot Zelfland, waar mogelijk een kapel heeft gestaan. Aan de oostzijde lagen de ‘Binnenackers’ (het huidige parkeerterrein) en aan de noordzijde (het gebied ten noorden van de toen nog niet bestaande Margrietweg) ‘de Maaijen’. Dat was toen nog schraal, moerassig land met Pijpenstrootje, Dopheide en Gagel. Dit gebied maakte toen nog onderdeel uit van de Overlaat van de Maas (het Afwateringskanaal was nog niet gegraven) en stond bij hoog water van de Maas vaak tot aan de huidige Margrietweg onder water!

Het grotere geheel van het Giersbergs Goed was ook weer omgeven door een sloot met omwalling, de ´Buitenste Omgraft´ die de uithof vooral moest beschermen tegen het aanstuivende zand van de Witte Giersbergen, dat de uithof bedreigde. Daarom werden op deze buitenste Omwalling ook nog eikenheggen aangeplant om het stuivende zand nog beter te kunnen keren. Later in rustiger tijden werden regelmatig takken van deze en andere eikenwallen gekapt om ze als geriefhout te gebruiken. Daarvoor werden de eiken tot even boven de grond gekapt. Sommige takken werden gespaard. Hierdoor ontstonden eikenstronken (knoesten of stoven) die weer uitliepen en om de zoveel jaar weer opnieuw werden gekapt. Er mocht niet gekapt worden in het groeiseizoen als de bomen alle energie zelf nodig hadden. Zo ontstonden de oeroude eikenhakhoutwallen, die vooral rondom Giersbergen nog altijd terug te vinden zijn met indrukwekkende, eeuwenoude knoesten!

Het bijzondere van het Giersbergs Goed is, dat het karakteristieke, kleinschalige landschap uit de Late Middeleeuwen, ondanks een zekere schaalvergroting, een particuliere ruilverkaveling en hier en daar uitgelaagde bodems, nog altijd duidelijk herkenbaar aanwezig is: Blokvormige kavels opgedeeld in smalle stroken, gescheiden door eikenwallen en heggen (prikkeldraad bestond nog niet). Door de moderne landbouw zijn de smalle, kleine kavels ondertussen verenigd tot grotere gehelen, ook op Giersbergen. Maar toch is het oude middeleeuwse patroon nog overal duidelijk herkenbaar gebleven. Je zou de moderne boer willen vragen om zich in te passen in dit oude patroon door op duidelijke kavelscheidingen hier en daar weer heggen aan te planten om zo het karakteristieke Brabantse cultuurlandschap in ere te houden. Over de uithof, die gelegen was op de overgang van een hoog en droog gebied en een laag en nat gebied, liep toen ook de Baan van ‘s-Hertogenbosch naar Loon op zand en verder naar Breda en Antwerpen. Deze z.g. Oude Bossche Baan is nog altijd op Giersbergen terug te vinden. Deze historische weg zou op Giersbergen wat meer gemarkeerd kunnen worden! Ten westen van Giersbergen, buiten de Buitenste Omwalling, liep de Baan van Oisterwijk naar Heusden (langs het huidige Witmeer) die daar ook nog altijd terug te vinden is.

HET TWEEDE DEEL

De wandelschoenen of de laarzen kunnen aan voor een prachtige wandeling met uitstekende voorkennis.

Voor de geïnteresseerde bezoeker die na lezing van dit artikel, behalve de duinen, ook het cultuurhistorisch waardevolle landschap van de oude Uithof ook zelf eens wil bekijken, beëindig ik mijn artikel met een aantal aanwijzingen, zodat deze zelf op onderzoek kan gaan.

Wandeling in 7 flinke stappen:

1. Als je vanaf het kanaal naar Giersbergen rijdt over de Duinweg (vroeger: de Maaijsteeg) zie je links en rechts een groot open gebied. Dat waren dus de Maaijen van de Uithof die een gedeelte van het jaar onder water stonden i.v.m. overstromingen van de Maas. Hier konden turf en plaggen worden gestoken en soms het vee, vooral schapen, worden geweid.

Men sprak ter onderscheiding over de ‘Achterste Maaijen, de Middelmaaien, de Klinkersmaaij, de Stakemaaij e.d.

2. Als je het gehucht Giersbergen binnenkomt via de Duinweg, zie je daar aan de linkerkant van het kunstwerk ‘de Magneettafel’ nog een klein gedeelte van de ´Binnenste Omgraft’. Misschien zou hier ooit ook nog eens een stukje van de Binnenste Omgraft aan de rechterkant van de weg teruggebracht kunnen worden!

3. Ga je via het parkeerterrein naar Giersbergen, dan bevind je je daar op de oude Binnenackers, waar vroeger rogge werd verbouwd.

4. Als je vervolgens vanaf het parkeerterrein in zuidelijke richting langs de zich daar bevindende bungalow het bos in loopt, zie je meteen aan de rechter kant de historische Buitenste Omwalling liggen met nog een sloot ervoor. Over deze eikenhakhoutwal heen kijk je uit op het Zelfland. De wal buigt op een gegeven moment naar rechtsaf in westelijke richting. Als je deze wal blijft volgen, zie je door de takken heen het open gebied ten zuiden van herberg ‘De Drie Linden’. Dit is nog steeds het hier boven al vermelde Zelfland (´s Heijligland). In pachtcontracten wordt gesproken over het onderhoud van een kapel die zich hier misschien, gezien de benaming ’s Heiligland, bevonden zou kunnen hebben. Als je aankomt bij het fietspad naar de ‘Rustende Jager’, steek je over en gaat dan aan de andere kant van de Buitenste Omwalling lopen over een bestaand zandpad, dat over het reeds vermelde Zelfland loopt. Vervolgens ga je over een eikenwal heen met daarachter weer een zandpad. Gewoon weer oversteken en de omwalling blijven volgen. Aan de rechterkant kijk je dan uit over de Poortakkers met in de verte een modern nieuwbouwhuis. Je ziet dan op een gegeven moment kritieke plaatsen waar de nu begroeide stuifduinen als het ware samenvallen met de omwalling en de uithof in het verleden bedreigden.

Door een smalle bosstrook door aan de rechter kant kijk je uit op de Middelakkers. Vervolgens weer een weg oversteken. Dan een behoorlijk stuk verder met weer steeds bos aan de rechterkant buigt de Buitenste Omwalling weer naar rechtsaf. Hier kun je alleen over de wal zelf verder tot dat deze onderbroken wordt door een doorgang: de Giersbergse Poort. Aan de rechter kant kijk je dan uit over de Achterste Akkers. Je hebt nu de westelijke toegangspoort naar Giersbergen bereikt, waar doorheen ook de Oude Bossche Baan loopt. Let, als je over de omwalling loopt, vooral ook op de eeuwenoude eikenstronken die hier nog op de omwalling te vinden zijn.

5. Vanaf de Giersbergse Poort loop je over de Oude Bossche Baan terug naar de Magneettafel bij de ingang naar Giersbergen en ziet dan aan de rechterkant achtereenvolgens weer de Achterste Akkers, de Middelakkers en de Poortakkers gescheiden door eikenwallen. Aan de linker kant van de weg tegenover de Achterste Akkers ligt het z.g.’ Recent’, waar vroeger rijshout groeide. Tegenover de Middelakkers, hier gelegen aan de rechter kant van het zandpad, met een houten herinneringsbank ervoor, zie je de z.g. ‘Strepen’, mooie smalle akkertjes door Ver. Natuurmonumenten weer teruggebracht in hun vroegere staat. Dan zie je verder in de verte aan de rechter kant over de Poortakkers heen de ‘Poorthoeve’ met het nieuwbouwhuis ervoor. Aan de andere kant van de weg zie je de z.g. ‘Bosschen’ akkers die vroeger werden gebruikt om er bomen te kweken voor onderhoud en aanleg van wallen en heggen om akkers te beschermen tegen het stuifzand, de wind en loslopende beesten. Vervolgens kom je uit bij de Magneettafel.

6. De weg die vanaf de Duinweg bij Ten Eijck naar de Klinkert loopt, is de oude noordgrens van de Uithof. De oude grens bestond hier uit een sloot, die er nog steeds te vinden is, de z.g. ´Monnickengracht´, waarover bekend is, dat in 1372 de Schepenen van Drunen met een priester van de abdij, overeengekomen waren een sloot van zeven voet breed te graven ten gunste van de abdij om hun goederen te scheiden, een “sloet aan den Monnikenkamp, zeven voet wijt”. Van contact met Drunen is niet veel bekend. Bestuurlijk viel Giersbergen niet onder Drunen. Pas als elkaars belangen in het geding waren, was er sprake van contact.

7. In het verlengde van deze weg in oostelijke richting bij Ten Eijck is ook nog steeds een omwalling met sloot traceerbaar. Als je daar verder loopt, buigt de weg op een gegeven moment af naar rechts in zuidelijke richting. Daar was de Oude Koesteeg te vinden, waarover de schapen en later kennelijk ook koeien naar de Kuikse Heide konden worden gedreven. Helaas is de oude Koesteeg i.v.m. de eerder genoemde ruilverkaveling verloren gegaan. De Koesteeg vormde de grens met Helvoirt. De huizen die je aan de linker zijde ziet, vormen de buurtschap De Margriet en vallen dus buiten de Uithof Giersbergen. Zou het nog ooit mogelijk zijn deze scheiding weer te voorzien van een eikenwal, zodat de cultuurhistorisch waardevolle Uithof Giersbergen weer helemaal omwald zou zijn?

Vriendelijke groet van Cees van der Meijden

Scroll naar boven